Blog

  • Hanna in het E.K.W.C., Den Bosch,  1998/99

    Hanna in het E.K.W.C., Den Bosch, 1998/99

    "Hanna Mobach (1934) bracht eind 1998, begin 1999 een werkperiode door bij het EKWC (Europees Keramisch WerkCentrum). Wellicht ongebruikelijk voor iemand die al lang meeloopt in het 'vak'. Maar als voormalig lid van de toelatingscommissie en lid van het bestuur van het EKWC zocht ze niet eerder de gelegenheid. Werken in het EKWC was als een vakantie. 'Je bereidt het goed voor, zodat je onbezorgd weg kunt. Eenmaal in het EKWC kun je je helemaal toeleggen op je werk. Wel intensief, al snel maak je enorm lange dagen. Bovendien denkt iedereen bij het EKWC mee en wordt alles in het werk gesteld jouw ideeën te verwezenlijken'."
    Matty Gaikhorst,  ‘Hanna Mobach: Van natuurbeeld tot autonoom beeld’
    Klik op de afbeeldingen om ze te vergroten

    Cheerful mountain; stoneware., 38 x 10 x 50 cm, 19983
  • Jacob’s droom

    Jacob’s droom

    Jacob's droom, 1979/80. Reliëf wand in de kerkzaal van verpleeghuis ‘De Wijngaard’ in Bosch en Duin, 2x3m. Het vertelt het verhaal van Jacob’s droom, waarbij engelen opstijgen en neerdalen langs een ladder die tot de hemel reikt. Grote vleugels verbeelden dit.
    “Het leven van Jakob, jarenlang zwaar en vernederend, werd gemarkeerd door twee wonderbaarlijke gebeurtenissen die plaatsvonden op dezelfde plek: Bethel. De eerste keer toen hij een vrouw ging zoeken bij Laban, een broer van zijn moeder, en inmiddels vluchtte voor zijn broer Ezau, die had beloofd hem te doden; de tweede keer toen hij terugkeerde naar het huis van zijn vader, met twee vrouwen, de dienaressen van die twee vrouwen en twaalf kinderen. En opnieuw belandde hij - alleen - in Bethel. Daar was het dat hij ooit, twintig jaar geleden, had ontdekt hoe de hemel kon worden bereikt. De mensen in Babel hadden al geprobeerd om daarachter te komen, zonder te slagen. Het was Jakob wel vergund het te zien. Dat was genoeg. Er was een ladder, 'geplaatst op de aarde, waarvan de top de hemel raakte'. Verschillende schepsels, allemaal eender, klommen daarlangs omhoog en omlaag. Er was tussen Jahweh en de aarde geen onafzienbare leegte, zoals vaak onvermijdelijk werd gedacht, maar een reeks traptreden waarover iemand zich kon verplaatsen. Dat bewees het ononderbroken, stille voortbewegen van die schepsels: de Engelen.
    Toen Jakob ontwaakte en zijn hoofd van zijn stenen kussen tilde, zei hij: 'Jahweh is werkelijk op deze plaats, en ik heb het niet geweten.' De aanwezigheid van Jahweh was voor hem verbonden met de vrees van zijn vader Izaäk. 'Daarom was Jakob bevreesd en zei hij: Hoe ontzagwekkend is deze plaats! Dit is niets anders dan het huis van God en de poort van de hemel.' Velen hadden vergeefs naar die poort gezocht. Hem was het gegeven haar te vinden, zonder enige moeite. Maar het eerste wat hij voelde was angst. Daarna besloot Jakob zonder een woord te zeggen dit moment te gedenken. Hij nam de steen waar hij zijn hoofdkussen van gemaakt had, zette die overeind als een stèle en goot er olie op. Het was een mysterieuze plek, en misschien hadden alleen de eerste bewoners geweten waarom. Nu heette ze Bethel, maar ooit was het Luz geweest, Amandel. Die amandel was de perfecte scherf van de hemel die daar in de aarde was gewrikt.“
    Roberto Calasso, Het boek van alle boeken, p. 142.
  • Langs bergen en op paden

    Langs bergen en op paden

    Het Groninger land met zijn terpen en dijken en de bolling van de horizon met een enkel accent van een huis of een boomgroep liet zich wel in klei vertalen, maar toch waren de mogelijkheden beperkt, want hoe kon je de ruimte vangen?

    Met de latere serie Raku-beelden liet ik de weergave van deze onderwerpen los en richtte mij meer op de basisvorm als zodanig.

    Meerdere open hoeken konden samengevoegd worden, hun binnenruimten waren variabel en ze konden gecombineerd worden met riet, stro of houtsnippers.”

    Hanna Mobach, Vrolijke berg, 1983
    Steengoed, 28 x 53 cm
    Hanna Mobach, Het pad, 1985
    Donker grijs geglazuurde keramiek, goudkleurige leisteen; H. 57cm, 20×62
    Hanna Mobach, Haku ‘hoeken’, 1984
    H. 11 cm., 13×13 cm. elk
    Hanna Mobach, Houten penseelstreken, 1985
    Raku en hout; H. 12 Br. 30 cm
    Hanna Mobach, Houten penseelstreken, 1985
    Raku en hout; H. 12 Br. 30 cm
    Hanna Mobach, Houten penseelstreken, 1985
    Raku en hout; H. 13 Br. 32 cm
    Hanna Mobach, Houten penseelstreken, 1985
    Raku en hout; H. 13 Br. 32 cm
    Hanna Mobach, Houten penseelstreken, 1985
    Raku en hout; H. 13 Br. 32 cm
    Hanna Mobach, Houten penseelstreken of Berg, 1985
    Keramiek met d. grijs glazuur, takken uit Noorwegen; H. 60 D. 65 Br. 80 cm
    Hanna Mobach, De stroom, 1985
    Keramiek en aluminium; 20 x 80 x 110 cm.
  • Portret Susanne Smit

    Portret Susanne Smit

    “Eind 1965 ging ik naar Ateliers 63.
    Het zou voor drie maanden zijn, het werden drie jaren, waarin mijn leven drastisch veranderde.
    In de voorgaande jaren was ik wellicht vakbekwamer geworden. Maar ik wist niet hoe je kon laten zien wat je bezighield, al had ik veel getekend en ook geboetseerd.
    Ik wilde een mentaliteit leren, begrijpen hoe je je langere tijd met een onderwerp bezig kon houden, hoe je het ontwikkelen kon en zijn gang laten gaan.”

    Klik op de afbeeldingen om ze te vergroten

  • Keramische portretten

    “Vlak na de oorlog, ik was elf, was ik diep onder de indruk van een groot zelfportret van Rembrandt. Zo wilde ik het ook en zo zou ik het nooit kunnen.
    Toch probeerde ik het, met een potlood en een dubbele spiegel, waarin je je profiel kon zien. Vader zei: “Gom hoef je niet te gebruiken, want er zijn geen foute lijnen.”

    Boven: Portret Hanna Mobach in Assen

    Hanna-Mobach, Zelfportret, 1961
    [klik voor vergroting]

    “Van alle portretten (behalve zelfportret en portret vader) werden in de pottenbakkerij voor mij gipsmodellen gemaakt en afdrukken. Deze werden donkergrijs geglazuurd.”

    Hanna-Mobach, Zelfportret, 1961
    [klik voor vergroting]
    xHanna Mobach, Portret vader, 1964
    [klik voor vergroting]
    Hanna Mobach, Portret van Maaike Smit (3 j.), Groningen, 1964 
    [klik om te vergroten]
    Hanna-Mobach, Zittende-vrouw, 1964
    [klik voor vergroting]
    Hanna-Mobach, Lezend vrouwtje, 1965
    [klik voor vergroting]

    Eind 1965 ging ik naar Ateliers 63.Het zou voor drie maanden zijn, het werden drie jaren, waarin mijn leven drastisch veranderde.In de voorgaande jaren was ik wellicht vakbekwamer geworden. Maar ik wist niet hoe je kon laten zien wat je bezighield, al had ik veel getekend en ook geboetseerd.Ik wilde een mentaliteit leren, begrijpen hoe je je langere tijd met een onderwerp bezig kon houden, hoe je het ontwikkelen kon en zijn gang laten gaan.”Niet teveel je wil opleggen,” zei Couzijn, en, toen ik werkte aan een groot beeld:”You have to sustain your emotion.”
     hannamobach.nl/Ateliers63

    Boven: Herplaatsing van ‘De engel’, 1996
    Tuin verpleeghuis ‘De Wijngaard’, Bosch en Duin

    Hanna-Mobach, De engel, 1965, Gips, h 75cm; brons 1967
  • Dromend naar de wereld kijken

    “En dan gaat het erom, op welke leeftijd je ook bent, dat je weer durft te dromen – het slechtste, volgens de opvatting van de maatschappij – durft te dromen dat je iets anders bent. Dat je, behalve die hele machinerie die ook in jou werkt, iets bent wat nooit geboren is en wat nooit sterft. Wat toeziet in alles wat er gebeurt in je leven en daar geen oordeel over heeft. Dat alleen maar aanwezig is.”
    Maarten Houtman, Dromend naar de wereld kijken. Mennorode mei ’07.

    Afb. boven: Hanna Mobach ,Vroeg zelfportret.

    Het Groninger land met zijn terpen en dijken en de bolling van de horizon met een enkel accent van een huis of een boomgroep liet zich wel in kleivertalen, maar toch waren de mogelijkheden beperkt, want hoe kon je de ruimte vangen?

    Terp in polderlandschap, ’74/’75 – 90 x 60 cm, steengoed met mat slib
    “Tussen 1960 en 1965 werd het tekenen hoofdzaak, vooral portretten, o.a. van patiënten van de psychiatrische inrichting ‘Licht en Kracht’ in Assen, maar ook van vrienden en, soms in opdracht, van hun kinderen.
    Daarnaast begon ik reliëfs en beeldjes te boetseren, die voor een deel door de pottenbakkerij in productie werden genomen. Toen was het ook pas dat ik de mogelijkheden van de keramiek voor het beeldhouwen begon te beseffen.”
    Hanna Mobach, Groninger landschappen, 1961
    [voor vergroting klik links boven]
  • Het atelier als innerlijke werkplaats

    Het atelier als innerlijke werkplaats

    Deze magische map met Agfa-afdrukken trof ik aan in een verhuisdoos ‘Werk Hanna’, die ik ontving van Sarah Mobach. Ze bevatte een serie zwart-wit foto’s op groot formaat (24x30cm) van ‘Poppen’– werk van Hanna dat stamt uit de tijd dat ze als ‘Hanneke Mobach’ ingeschreven stond bij Ateliers ’63, zoals uit het archief daar blijkt. 
    Op haar eigen website vind je dit werk onder ‘Poppen’ – Hanna’s inleiding daar is hieronder overgenomen. 
    Achterop sommige foto’s stond een beknopte beschrijving – die dan in het bijschrift is verwerkt.


    Poppen

    Er moest toch een manier zijn om kernachtiger emotie uit te drukken dan door het boetseren van een compleet figuur.
    Het was mogelijk om voorwerpen van de schroothoop of de voddenboer om te zetten in een nieuw verband met een nieuwe betekenis. Op de ateliers werd dit gedaan door Peter Reisma; Wessel Couzijn gebruikte tafel, stoel en bed in zijn beelden; Segal goot mensen af en zette ze in een omgeving.
    Kienholz had in 1970 een grote tentoonstelling in het Stedelijk. Een verhevigde werkelijkheid.
    Ik begon schoenen, handschoenen, mijn arm en hand af te vormen, vouwde een
    grote vaas tot een soldatenbroek, gebruikte een bol voor planten als de helm van een ruimtevaarder en kreeg van vrienden kinderkleertjes, die ik in de gietklei doopte. Er was ook een prachtige doopjurk bij.
    Twee- en driedimensionaal liet ik in elkaar overgaan door te tekenen op de klei en kleurbanen aan te brengen op een vlak, dat overging in een ruimtelijk detail.
    Omzetting van het gevonden materiaal zoals het blauwe, gebreide jurkje en de roze poppenarm in gebakken klei, was noodzaak voor mij. Het dempte de confrontatie met de heterogene werkelijkheid en het witte glazuur zorgde voor eenheid, misschien zelfs een zekere abstractie.

    www.hannamobach/retrospectief/ateliers63 [5]

    Hanna Mobach, Pop; aardewerk, wit/zwart/zilver – h.42cm
    [klik om te vergroten]

    Poppendans

    VIDEO

    Geheel boven:  Hanna Mobach, Rosemary’s baby, 1969, Steengoed, veldspaatglazuur; zilverluster op arm; kussen gips met gepatineerd bladzilver; 90x70x50cm 
  • Een lied voor Hanna

    “Dood is dus niet alleen dat einde van ieder van ons individueel, maar het is het principe van het sterven – het principe van het verenigen eigenlijk. Dood is eigenlijk weer verenigen, is eigenlijk weer thuiskomen.”
    Maarten Houtman, De val uit het lichtend weefsel, Sterrelaan 25 januari '92
    Nu Hanna weer met Maarten in het lichtend weefsel verenigd is, drong plotseling tot me door dat ik nu zelf de laatste voorpost ben aan de rand van de onmetelijkheid. En dat ik daar nu ook van dien te getuigen: ik ben nu zélf die schakel – hoewel ik het altijd al geweest moet zijn, maar die rol toch maar liever aan anderen overliet... 
    Ik besef wel dat het nogal wat pregnante woorden op een rijtje zijn: ‘schakel’, ‘voorpost’, ‘verantwoordelijkheid’ – maar toch, hoe zou je die verantwoordelijkheid niet kunnen nemen...

    Afgemeerd aan de Binnenkant

    Afgelopen nacht, vier hoog in onze flat in Amsterdam-Noord, meende ik door het raam het geluid van kabbelend water te horen. En ik was weer terug op onze woonboot in Amsterdam Centrum, deinend op het altijd bewegende water, terug ‘in mijn element’ – terug naar vijftig jaar geleden.

    Het begon voor Klaaske en mij allemaal met die woonboot, ‘Hobbitstee’ geheten, waarop we van 1966 tot 1996 woonden. Op zeker moment bleek dat die boot – gelegen t/o Binnenkant 39 – op een strategische plek lag. Zeg maar dat die plek ‘Zen’ was…
    We lagen daar namelijk niet alleen om de hoek van het toenmalige Meditatiecentrum ‘De Kosmos’ – waar Klaaske en ik in 1981 in de leer gingen bij Zenleraar Maarten Houtman. Maar Binnenkant 39 zou later ook het pand worden, waar Maarten’s collega Nico Tydeman z’n intrek in nam met zijn ‘Zen Centrum Amsterdam’ – en waar nu nog steeds een Tao-zen groep van Maarten onderdak vindt.

    En ja, het regende daar toeval… Was dat misschien omdat het bij Zen juist om ‘de binnenkant’ gaat? Wie zal het zeggen.

    Toen ik in 1982 in ‘De Kosmos’ een weekend met de bekende Vietnamese zenleraar Thich Nhat Han volgde, was Maarten er ook. Op een gegeven moment zag ik hem daar in een scène met een vrouw, waarmee hij een wel heel bijzondere relatie moest hebben…
    Toen ik aan het eind van de dag met hem naar de uitgang liep, zei hij: “Dat was m’n ex…”
    Als gereformeerde jongen was ik daar best een beetje door geschokt: hij was dus gescheiden…

    Een paar dagen later, op onze eerstvolgende Zen-les in ‘De Kosmos’, vroeg Maarten of hij met zijn vrouw bij ons langs kon komen, ze heette Hanna Mobach.
    Ik was blij verrast… En vroeg me ook af: die naam‘Mobach’, die kende ik … dat was van die pottenbakkersfamilie uit mijn geboortestad Utrecht, waar mijn ouders mee bevriend waren. Die van die prachtige vazen, waar hun hele huis toen mee vol stond – en een aantal bij ons op de boot stond.

    Het bezoek van Maarten en Hanna was heel gezellig. Maar pas toen ze op het punt stonden te vertrekken, met één voet al op het trappetje naar de kade, kon ik de moed opbrengen om Hanna te vragen of ze soms familie was van Klaas en An Mobach, met hun kinderen Jaan en Hans.
    En ja, dat was ze, “Klaas is mijn oom,” zei ze.
    Toen bleek even later ook nog dat we allebei in het Utrechtse Oog in Al geboren waren – bij elkaar om de hoek…
    Zoveel ‘toeval’… het leek wel voorbestemd te zijn…

    Het vervolg van het verhaal is, dat Klaaske in 1984 in Hanna’s atelier een tekening mocht uitzoeken. Samen met enkele andere leerlingen van Maarten, had ze de voorverkoop georganiseerd van zijn eerste boek: ‘Zen notities onderweg’ – dat door Hanna geïllustreerd was.
    De tekeningen waar Klaaske uit mochten kiezen, waren de originelen van de illustraties uit het boek. Maar er hingen er nog meer, haar oog viel op de onderstaande – die sindsdien in haar werkkamer hangt:

    Als een moeder die bezorgd is of haar kinderen wel een plekje in de wereld zullen vinden – zo voelde Hanna aan als je een werk van haar cadeau kreeg. Maar je wist: wat ze voor je meebrengt, daar heeft ze haar ziel in gelegd…

    Een paar dagen later kwam ze bij ons langs op de boot, met een map met tekeningen uit diezelfde periode. Met een wissellijst, ‘zodat we ze om beurten konden ophangen’.
    We kozen er één uit, die aan het voeteneinde van ons bed kwam te hangen – op mij bleek hij een weldadige uitwerking te hebben, als een mantra…

    Dat was in 1984.
    In het jaar daarop richtte Maarten  de stichting ‘Zen als leefwijze’ op, om zijn Tao-zen meditatie ‘voor een ieder toegankelijk te maken’. Klaaske en ik kwamen in het bestuur, onze woonboot ‘Hobbitstee’ werd het adres van het secretariaat – zie onder:


    Hanna was heel erg blij met de steun die Maarten ondervond – eenmaal gepensioneerd, was hij soms wel veertig weekenden per jaar op stap voor zijn Zen-werk…
    En dat deed hij allemaal vanuit eigen inspiratie, er was geen organisatie, geen beweging of ‘school’, die daarachter stond. Maar nu dus onze stichting…

    Bootjes, 1993
    Ongeglazuurde witbakkende klei, 32x25x5,5cm


    Toen we in 1996 op de Elpermeer gingen wonen, kregen we ‘Bootjes’ cadeau, als welkomstgeschenk aan vaste wal. En ja, het zijn er twee, en beide hangen nu hoog en droog boven de bank.
    Maarten en Hanna hadden hun best gedaan ons ervan te overtuigen, om dat bestaan als ‘bootjesmens’ achter ons te laten. En gewoon in Amsterdam-Noord in een flat te gaan wonen, net als zij.

    Aan land op de Elpermeer

    Later, niet ver van de plek waar de twee bootjes hangen, kwamen daar nog drie bomen bij.
    ‘Bomen’ staat nu fier op de kast ‘kast van tante Fien’ (een familie-erfstuk waar we zeer aan gehecht zijn), door Hanna zorgvuldig vastgeplakt op het bovenblad. Ze zei dat ze ze eigenlijk afgekeurd had, maar het zonde vond om ze weg te gooien…
    En zie hoe fier ze daar staan, ze hebben menig huislijke storm doorstaan!

    Bomen, 1998
    Ongeglazuurde witbakkende klei, h49cm

    Hoogtepunt van de collectie is onderstaande tegel-op-staalplaat met vogel in boom.
    De combinatie tegel-metaal is er één die je in Hanna’s werk regelmatig tegenkomt. De kwetsbaarheid, het fijnzinnige, van de penseeltekening op het porselein, geeft een prachtig contrast met het koele metaal – dat uit een andere wereld lijkt te komen.

    Bij haar vertrek naar Tiel, gaf Hanna ons nog onderstaande magische tegel-op-koperplaat, met de nadrukkelijke mededeling ‘dat hij bij de stichting Zen als leefwijze thuishoorde en daar moest komen te hangen.’

    Hij hangt nu in de centrale hal van ons secretariaat, naast de de opbergkast met artikelen voor verzending.
    Maarten Houtman heeft altijd gezegd, dat hij rond zijn persoon geen organisatie wilde – dáár waar het, bij alle mensen met een bijzondere inspiratie, altijd is misgegaan. Maar voor alledaagse dingen is er altijd een plaats en een tijd. Zo ook hier.

    Studio ‘Pied à terre’

    Toch was onze studio aan de Jisperveldstraat de eerste voet aan wal – de troef die Hanna ons in handen gaf voor een leven in Noord: “Ik heb hem in de krant zien staan, is het geen geschikte ruimte voor Klaaske’s massagepraktijk, in plaats van dat hokje bij jullie op de boot?”
    Maar uiteindelijk ging ík erop in – al gauw reed ik elke avond na mijn werk op en neer naar de studio in Noord, mijn pied à terre…


    Daar heb ik ook samen met Hanna haar website gemaakt, in volle concentratie – waarbij ze nu en dan zei: “Jij moet iets met je handen gaan doen!”
    Dan was ik perplex… Maar ze was in haar ambacht ook niet anders gewend – en zie wat er uit die handen kwam…

    Hanna had dat wel meer, dat ze het liefste wilde ingrijpen in je leven – héél ingrijpend soms – ze wilde je graag op het rechte spoor helpen…
    Zoals die keer dat ze ons te eten uitnodigde, omdat ze ons maar verstokte vegetariërs vond die op één been liepen, en ons wel eens iets anders wilde voorzetten…
    Het werd ‘draadjesvlees’, en we hebben ervan genóten – Klaaske al helemaal, die toch altijd een crypto-vleeseter was gebleven.

    Toch gaf Hanna me tal van waardevolle adviezen, waarvan die studio er één was. Net als Maarten trouwens, hij was het die me gesuggereerd had om een computer te kopen: ‘want Krishnamurti heeft gezegd dat de computer de wereld zal veranderen’ – en ik had nog overwogen het als timmerman te proberen…
    Want één ding was zeker: nooit in m’n leven meer psycholoog, daar had ik nu m’n tanden wel op stukgebeten – m’n handen waren nog heel…
    Hoe dan ook, die website is er gekomen: www.hannamobach.nl – net zoals er een www.maartenhoutman.nl is gekomen.

    Op bezoek in Tiel

    Toen ik nog niet zolang geleden een afbeelding van bovenstaande tegel aan Hanna liet zien, zei ze: “Oh, die is dus bij jou…” Waarmee ze te kennen gaf dat ze in haar hoofd wel degelijk een lijstje bijhield, van waar en bij wie diverse van haar kunstwerken terecht gekomen waren…

    Op 25 mei 2023 togen Klaaske en ik met een taxi naar Tiel, met een ‘liber amicorum’ onder de arm – waar we twee weken met veel liefde met de online foto-app Albelli aan gewerkt hadden.
    Het beslissende moment om het cadeau naar haar toe te brengen, bleven we nog even voor ons uitschuiven vanwege de afstand tot Tiel – tot we resoluut in een taxi stapten. We kwamen ruim op tijd bij ‘De Herbergier’ aan. Het staat op een eerbiedwaardige locatie, tegenover de historische `Ambtmanstuin – waar we nog even konden verpozen na de rit.

    Hanna bleek oud en broos – ze was inmiddels negenentachtig – maar nog wel aanspreekbaar. Op haar kamer werd een lunch geserveerd . We kregen het ook over meditatie – waar Maarten soms van zei ‘dat zij er met haar kunst óók mee bezig was.’
    Het Liber Amicorum, ‘Hommage aan Hanna’ geheten, lag nu geopend op tafel.
    “Verveelt het jullie nooit om er dagelijks naar te kijken”, vroeg Hanna.
    We konden haar gerust stellen, we genieten er elke dag van.

    Een vergeten stukje Bussum

    Toen mijn vader in 1977 overleed, moest mijn moeder noodgedwongen hun geliefde huis op de Mookerheide achter zich laten – dat veel te afgelegen was, zeker als je geen auto reed – en vertrok naar Bussum. Daar voelde ze zich veiliger, in de buurt van haar kinderen in Amsterdam.
    Na een ambitieus avontuur met de verbouwing van haar nieuwe huis daar, belandde ze uiteindelijk in ‘De Gooise Warande’, een verzorgingshuis aan de Mezenlaan, waar ze een goed verzorgde oude dag had – waarbij de bezoekjes van haar familie de rode draad waren in haar vrij geïsoleerde bestaan.
    Ze overleefde mijn vader zestien jaar…
    Toen ze in 1993 overleed, kreeg ze een grafmonument dat ontworpen en uitgevoerd werd door Hanna:

    De stele is speciaal voor het graf gemaakt, de zerk is een van de zes beelden uit de serie ‘Verdwenen water’:
    “Kleur en glazuur kunnen eenzelfde vorm een heel andere betekenis geven: ingetogen fluweelzwart of een stralend blauw. Het blauwe beeld werd op een graf geplaatst en weerspiegelt daar de hemel, ook als de lucht grijs is.”
    Hanna Mobach, Lijf als landschap (2)

    Epiloog

    Afbeelding geheel boven: HANNA MOBACH, Ontwerp voor ‘Jacob’s droom’ (Maarten als Jacob), 1979. Reliëf in de kerkzaal van verpleeghuis ‘De Wijngaard’ in Bosch en Duin, 2x3m. Het vertelt het verhaal van Jacob’s droom, waarbij engelen opstijgen en neerdalen langs een ladder die tot de hemel reikt. Grote vleugels verbeelden dit.

    naar boven

    Amsterdam, 25 april 2024, Hein Zeillemaker

  • Het verhaal van ‘bootjes’

    Het verhaal van ‘bootjes’

    Op de middag van 17 januari 2012 klimt Hanna in haar atelier op een trapje, om ‘Bootjes’ van bovenaf te fotograferen. Daarna volgen tekeningen van haarzelf, vader en broer. Uiteindelijk zal ze zo 562 opnamen maken…

    Ze heeft vooraf lange stroken aluminiumfolie op de Stelcon-platen gelegd, zodat Bootjes in lange flotieljes beneden aan haar voorbijvaren, als het ware in de schittering van het water:

    Klik op de afbeeldingen om ze te vergroten

    Mijn man, Maarten Houtman, verbleef in de herfst van 2010 twee maanden lang in hospice ‘Veerhuis’ in Amsterdam, waar hij gastvrij opgenomen werd. Ook voor mij was het een bijzondere periode, omdat hij nog wel in de buurt was, maar vele handen het werk verrichtten waar ik al die tijd vrijwel in m’n eentje voorstond.
    Als dank voor de zorg en warmte waarmee de vrijwilligers de bewoners van dit huis begeleiden naar de andere oever, besloot ik voor elk van hen een bootje te maken, totaal vijftig in getal.
    Ik begon met het bootje dat ik het beste kende, ik had het getekend in 1984 voor de omslag van Maartens eerste boek over meditatie, ‘Zen; notities onderweg’. Het bestaat uitsluitend uit bijeengebonden bamboe stammen met een lage boeg, een rustende visser en een mand voor de vis. Het zou in klei erg breekbaar zijn.
    Daarna maakte ik een aantal zeilbootjes, met de visser rustend op de voorplecht, als een kleine boeddha. Kajaks, roeibootjes, een paar veerponten, een slank vaartuigje met twee vrienden volgden.
    Ik werkte met wit- en roodbakkende klei, penseelde een beetje kobalt, ijzeroxide en mangaan op de witte klei. Zo gingen ze de oven in. Daarna werden de witbakkenden in een romig wit glazuur gedoopt en gestookt; een aantal roodbakkenden gingen mee en werden prachtig paars.
    Al werkend werd duidelijk dat deze bootjes erg ongelijksoortige - om niet te zeggen: oneerlijke - cadeautjes zouden worden, en dat zij als groep veel sterker waren en ook als zodanig gepresenteerd en geplaatst moesten worden.Dat heeft mij veel kopzorgen gekost en het duurde lang voor ik tevreden was met de plaatsing zoals die tenslotte geworden is: een lange smalle drager van geëtst spiegelglas waarop de bootjes voortvaren in een wisseling van maat en ritme, hoog en laag, wit en rood, met de zware accenten van paars en bruin in contrast met de luchtigheid van het romig wit. En dat alles op het zachtgroene ‘water’.
    Wat was de inspiratie - behalve bewondering en dankbaarheid voor de mensen die in het ‘Veerhuis’ werken, om er het laatste huiselijke huis van te maken voor de grote overtocht? Dat was het motto in Maartens boek ‘Zen; notities onderweg’:
    Laat je maar gaan,
    de stroom trekt,
    vergeet de zwaarte,
    vergeet het bekende,
    en dans weg in de stroom,
    water in water.

    Amsterdam, december 2012,
    Hanna Mobach


    GALERIJ – klik op de afbeeldingen om ze te vergroten.

    Meer informatie over het werk van Hanna Mobach op www.hannamobach.nl.  
  • Oog in oog met ‘Bootjes’

    Oog in oog met ‘Bootjes’

    “Ik begon met het bootje dat ik het beste kende, ik had het getekend in 1984 voor de omslag van Maartens eerste boek over meditatie, ‘Zen; notities onderweg’. Het bestaat uitsluitend uit bijeengebonden bamboe stammen met een lage boeg, een rustende visser en een mand voor de vis. Het zou in klei erg breekbaar zijn.”
    Hanna Mobach, december 2012.

    Klik op de afbeeldingen om ze te vergroten