Categorie: 2025

  • Jacob’s droom

    Jacob’s droom

    Jacob's droom, 1979/80. Reliëf wand in de kerkzaal van verpleeghuis ‘De Wijngaard’ in Bosch en Duin, 2x3m. Het vertelt het verhaal van Jacob’s droom, waarbij engelen opstijgen en neerdalen langs een ladder die tot de hemel reikt. Grote vleugels verbeelden dit.
    “Het leven van Jakob, jarenlang zwaar en vernederend, werd gemarkeerd door twee wonderbaarlijke gebeurtenissen die plaatsvonden op dezelfde plek: Bethel. De eerste keer toen hij een vrouw ging zoeken bij Laban, een broer van zijn moeder, en inmiddels vluchtte voor zijn broer Ezau, die had beloofd hem te doden; de tweede keer toen hij terugkeerde naar het huis van zijn vader, met twee vrouwen, de dienaressen van die twee vrouwen en twaalf kinderen. En opnieuw belandde hij - alleen - in Bethel. Daar was het dat hij ooit, twintig jaar geleden, had ontdekt hoe de hemel kon worden bereikt. De mensen in Babel hadden al geprobeerd om daarachter te komen, zonder te slagen. Het was Jakob wel vergund het te zien. Dat was genoeg. Er was een ladder, 'geplaatst op de aarde, waarvan de top de hemel raakte'. Verschillende schepsels, allemaal eender, klommen daarlangs omhoog en omlaag. Er was tussen Jahweh en de aarde geen onafzienbare leegte, zoals vaak onvermijdelijk werd gedacht, maar een reeks traptreden waarover iemand zich kon verplaatsen. Dat bewees het ononderbroken, stille voortbewegen van die schepsels: de Engelen.
    Toen Jakob ontwaakte en zijn hoofd van zijn stenen kussen tilde, zei hij: 'Jahweh is werkelijk op deze plaats, en ik heb het niet geweten.' De aanwezigheid van Jahweh was voor hem verbonden met de vrees van zijn vader Izaäk. 'Daarom was Jakob bevreesd en zei hij: Hoe ontzagwekkend is deze plaats! Dit is niets anders dan het huis van God en de poort van de hemel.' Velen hadden vergeefs naar die poort gezocht. Hem was het gegeven haar te vinden, zonder enige moeite. Maar het eerste wat hij voelde was angst. Daarna besloot Jakob zonder een woord te zeggen dit moment te gedenken. Hij nam de steen waar hij zijn hoofdkussen van gemaakt had, zette die overeind als een stèle en goot er olie op. Het was een mysterieuze plek, en misschien hadden alleen de eerste bewoners geweten waarom. Nu heette ze Bethel, maar ooit was het Luz geweest, Amandel. Die amandel was de perfecte scherf van de hemel die daar in de aarde was gewrikt.“
    Roberto Calasso, Het boek van alle boeken, p. 142.
  • Langs bergen en op paden

    Langs bergen en op paden

    Het Groninger land met zijn terpen en dijken en de bolling van de horizon met een enkel accent van een huis of een boomgroep liet zich wel in klei vertalen, maar toch waren de mogelijkheden beperkt, want hoe kon je de ruimte vangen?

    Met de latere serie Raku-beelden liet ik de weergave van deze onderwerpen los en richtte mij meer op de basisvorm als zodanig.

    Meerdere open hoeken konden samengevoegd worden, hun binnenruimten waren variabel en ze konden gecombineerd worden met riet, stro of houtsnippers.”

    Hanna Mobach, Vrolijke berg, 1983
    Steengoed, 28 x 53 cm
    Hanna Mobach, Het pad, 1985
    Donker grijs geglazuurde keramiek, goudkleurige leisteen; H. 57cm, 20×62
    Hanna Mobach, Haku ‘hoeken’, 1984
    H. 11 cm., 13×13 cm. elk
    Hanna Mobach, Tent, 1984
    Raku met parelmoerglazuur; H. 28 D. 25,5 Br. 19 cm
    Hanna Mobach, Houten penseelstreken, 1985
    Raku en hout; H. 12 Br. 30 cm
    Hanna Mobach, Houten penseelstreken, 1985
    Raku en hout; H. 12 Br. 30 cm
    Hanna Mobach, Houten penseelstreken, 1985
    Raku en hout; H. 13 Br. 32 cm
    Hanna Mobach, Houten penseelstreken, 1985
    Raku en hout; H. 13 Br. 32 cm
    Hanna Mobach, Houten penseelstreken, 1985
    Raku en hout; H. 13 Br. 32 cm
    Hanna Mobach, Houten penseelstreken of Berg, 1985
    Keramiek met d. grijs glazuur, takken uit Noorwegen; H. 60 D. 65 Br. 80 cm
    Hanna Mobach, De stroom, 1985
    Keramiek en aluminium; 20 x 80 x 110 cm.
  • Portret Susanne Smit

    Portret Susanne Smit

    “Eind 1965 ging ik naar Ateliers 63.
    Het zou voor drie maanden zijn, het werden drie jaren, waarin mijn leven drastisch veranderde.
    In de voorgaande jaren was ik wellicht vakbekwamer geworden. Maar ik wist niet hoe je kon laten zien wat je bezighield, al had ik veel getekend en ook geboetseerd.
    Ik wilde een mentaliteit leren, begrijpen hoe je je langere tijd met een onderwerp bezig kon houden, hoe je het ontwikkelen kon en zijn gang laten gaan.”

    Klik op de afbeeldingen om ze te vergroten

  • Dromend naar de wereld kijken

    “En dan gaat het erom, op welke leeftijd je ook bent, dat je weer durft te dromen – het slechtste, volgens de opvatting van de maatschappij – durft te dromen dat je iets anders bent. Dat je, behalve die hele machinerie die ook in jou werkt, iets bent wat nooit geboren is en wat nooit sterft. Wat toeziet in alles wat er gebeurt in je leven en daar geen oordeel over heeft. Dat alleen maar aanwezig is.”
    Maarten Houtman, Dromend naar de wereld kijken. Mennorode mei ’07.

    Afb. boven: Hanna Mobach ,Vroeg zelfportret.

    Het Groninger land met zijn terpen en dijken en de bolling van de horizon met een enkel accent van een huis of een boomgroep liet zich wel in kleivertalen, maar toch waren de mogelijkheden beperkt, want hoe kon je de ruimte vangen?

    Terp in polderlandschap, ’74/’75 – 90 x 60 cm, steengoed met mat slib
    “Tussen 1960 en 1965 werd het tekenen hoofdzaak, vooral portretten, o.a. van patiënten van de psychiatrische inrichting ‘Licht en Kracht’ in Assen, maar ook van vrienden en, soms in opdracht, van hun kinderen.
    Daarnaast begon ik reliëfs en beeldjes te boetseren, die voor een deel door de pottenbakkerij in productie werden genomen. Toen was het ook pas dat ik de mogelijkheden van de keramiek voor het beeldhouwen begon te beseffen.”
    Hanna Mobach, Groninger landschappen, 1961
    [voor vergroting klik links boven]
  • Het atelier als innerlijke werkplaats

    Het atelier als innerlijke werkplaats

    Deze magische map met Agfa-afdrukken trof ik aan in een verhuisdoos ‘Werk Hanna’, die ik ontving van Sarah Mobach. Ze bevatte een serie zwart-wit foto’s op groot formaat (24x30cm) van ‘Poppen’– werk van Hanna dat stamt uit de tijd dat ze als ‘Hanneke Mobach’ ingeschreven stond bij Ateliers ’63, zoals uit het archief daar blijkt. 
    Op haar eigen website vind je dit werk onder ‘Poppen’ – Hanna’s inleiding daar is hieronder overgenomen. 
    Achterop sommige foto’s stond een beknopte beschrijving – die dan in het bijschrift is verwerkt.


    Poppen

    Er moest toch een manier zijn om kernachtiger emotie uit te drukken dan door het boetseren van een compleet figuur.
    Het was mogelijk om voorwerpen van de schroothoop of de voddenboer om te zetten in een nieuw verband met een nieuwe betekenis. Op de ateliers werd dit gedaan door Peter Reisma; Wessel Couzijn gebruikte tafel, stoel en bed in zijn beelden; Segal goot mensen af en zette ze in een omgeving.
    Kienholz had in 1970 een grote tentoonstelling in het Stedelijk. Een verhevigde werkelijkheid.
    Ik begon schoenen, handschoenen, mijn arm en hand af te vormen, vouwde een
    grote vaas tot een soldatenbroek, gebruikte een bol voor planten als de helm van een ruimtevaarder en kreeg van vrienden kinderkleertjes, die ik in de gietklei doopte. Er was ook een prachtige doopjurk bij.
    Twee- en driedimensionaal liet ik in elkaar overgaan door te tekenen op de klei en kleurbanen aan te brengen op een vlak, dat overging in een ruimtelijk detail.
    Omzetting van het gevonden materiaal zoals het blauwe, gebreide jurkje en de roze poppenarm in gebakken klei, was noodzaak voor mij. Het dempte de confrontatie met de heterogene werkelijkheid en het witte glazuur zorgde voor eenheid, misschien zelfs een zekere abstractie.

    www.hannamobach/retrospectief/ateliers63 [5]

    Hanna Mobach, Pop; aardewerk, wit/zwart/zilver – h.42cm
    [klik om te vergroten]

    Poppendans

    VIDEO

    Geheel boven:  Hanna Mobach, Rosemary’s baby, 1969, Steengoed, veldspaatglazuur; zilverluster op arm; kussen gips met gepatineerd bladzilver; 90x70x50cm