In memoriam Hanna Mobach29 april 1934 - 28 februari 2024
Als ik, na de dood van Maarten Houtman in 2011, Hanna in haar atelier opzocht, hing daar altijd een van die vijf ‘staties’ van De Engel aan de wand, waar ze dan met houtskool en krijt druk aan bezig was. Zo nu en dan nam ze afstand om het resultaat te bekijken – totaal gebiologeerd, alsof ze in een trance verkeerde. Toen ik haar vroeg waar het werk over ging, zei ze ‘over zorg’ – waarin een stille verwijzing naar haar zorg voor Maarten in zijn laatste dagen, bijna hoorbaar aanwezig was. Ik keek intussen gefascineerd naar de bijna mystieke dans van de gedaanten op het papier, in totale overgave aan elkaar. Op zeker moment vertelde dat Hanna dat ze de serie ‘De Engel’ had genoemd. Daar was ik een beetje verbaasd over – maar zijn het ook niet bijna etherische wezens die daar afgebeeld staan… Wetende hoe bijbelvast Hanna was, moest ik onwillekeurig denken aan de worsteling van Jacob met de engel – dat aspect van een worsteling had ik er al eerder in menen te zien. De tekeningen hadden hoe dan ook een enorme impact op mij: de eigen worsteling van Hanna met haar thema, en ook de aanwezigheid van haar geliefde Maarten in de bovenaardse voorstelling.
Toen de serie voltooid was en naderhand in Museum Waterland in Purmerend aan de wand hing, ging ik daar op een bankje zitten om te zien hoe het publiek erop leek te reageren – en was verbijsterd toen ik zag dat de bezoekers er zomaar langsliepen, zonder er zelfs maar een blik op te werpen… Hoe was dat in godsnaam mogelijk, zoveel liefde, zoveel ambachtelijkheid, zoveel bezieling – en het werd niet gezien… Is dat ook niet het eeuwige dubio van de kunstenaar, de wens om gezien te worden? Terwijl ik bij die laatste tekeningen van Hanna het gevoel had dat haar eigen rouwproces het primaat had. Moet je ze dan maar opbergen? Dat riep bij mehet idee op, dat ze op een gewijde plek zouden moeten hangen, zoals het devote werk dat vroeger in kerken hing. Waar de diepgang van de beelden langzaam tot de toeschouwer door kan dringen. Maar waar vind je vandaag nog een gewijde plek? Hein Zeillemaker, web beheerder van Hanna’s werk.
Ga hieronder naar pagina 2 voor de Vijf staties van ‘De Engel’ :
“Dood is dus niet alleen dat einde van ieder van ons individueel, maar het is het principe van het sterven – het principe van het verenigen eigenlijk. Dood is eigenlijk weer verenigen, is eigenlijk weer thuiskomen.” Maarten Houtman, De val uit het lichtend weefsel, Sterrelaan 25 januari '92
Nu Hanna weer met Maarten in het lichtend weefsel verenigd is, drong plotseling tot me door dat ik nu zelf de laatste voorpost ben aan de rand van de onmetelijkheid. En dat ik daar nu ook van dien te getuigen: ik ben nu zélf die schakel – hoewel ik het altijd al geweest moet zijn, maar die rol toch maar liever aan anderen overliet... Ik besef wel dat het nogal wat pregnante woorden op een rijtje zijn: ‘schakel’, ‘voorpost’, ‘verantwoordelijkheid’ – maar toch, hoe zou je die verantwoordelijkheid niet kunnen nemen...
Afgemeerd aan de Binnenkant
Woonboot ‘Hobbitstee’, Binnenkant t/0 39 in Amsterdam, 1990 [klik op de afbeeldingen om ze te vergroten]
Afgelopen nacht, vier hoog in onze flat in Amsterdam-Noord, meende ik door het raam het geluid van kabbelend water te horen. En ik was weer terug op onze woonboot in Amsterdam Centrum, deinend op het altijd bewegende water, terug ‘in mijn element’ – terug naar vijftig jaar geleden.
Het begon voor Klaaske en mij allemaal met die woonboot, ‘Hobbitstee’ geheten, waarop we van 1966 tot 1996 woonden. Op zeker moment bleek dat die boot – gelegen t/o Binnenkant 39 – op een strategische plek lag. Zeg maar dat die plek ‘Zen’ was… We lagen daar namelijk niet alleen om de hoek van het toenmalige Meditatiecentrum ‘De Kosmos’ – waar Klaaske en ik in 1981 in de leer gingen bij Zenleraar Maarten Houtman. Maar Binnenkant 39 zou later ook het pand worden, waar Maarten’s collega Nico Tydeman z’n intrek in nam met zijn ‘Zen Centrum Amsterdam’ – en waar nu nog steeds een Tao-zen groep van Maarten onderdak vindt.
En ja, het regende daar toeval… Was dat misschien omdat het bij Zen juist om ‘de binnenkant’ gaat? Wie zal het zeggen.
Toen ik in 1982 in ‘De Kosmos’ een weekend met de bekende Vietnamese zenleraar Thich Nhat Han volgde, was Maarten er ook. Op een gegeven moment zag ik hem daar in een scène met een vrouw, waarmee hij een wel heel bijzondere relatie moest hebben… Toen ik aan het eind van de dag met hem naar de uitgang liep, zei hij: “Dat was m’n ex…” Als gereformeerde jongen was ik daar best een beetje door geschokt: hij was dus gescheiden…
Een paar dagen later, op onze eerstvolgende Zen-les in ‘De Kosmos’, vroeg Maarten of hij met zijn vrouw bij ons langs kon komen, ze heette Hanna Mobach. Ik was blij verrast… En vroeg me ook af: die naam‘Mobach’, die kende ik … dat was van die pottenbakkersfamilie uit mijn geboortestad Utrecht, waar mijn ouders mee bevriend waren. Die van die prachtige vazen, waar hun hele huis toen mee vol stond – en een aantal bij ons op de boot stond.
Het bezoek van Maarten en Hanna was heel gezellig. Maar pas toen ze op het punt stonden te vertrekken, met één voet al op het trappetje naar de kade, kon ik de moed opbrengen om Hanna te vragen of ze soms familie was van Klaas en An Mobach, met hun kinderen Jaan en Hans. En ja, dat was ze, “Klaas is mijn oom,” zei ze. Toen bleek even later ook nog dat we allebei in het Utrechtse Oog in Al geboren waren – bij elkaar om de hoek… Zoveel ‘toeval’… het leek wel voorbestemd te zijn…
Het vervolg van het verhaal is, dat Klaaske in 1984 in Hanna’s atelier een tekening mocht uitzoeken. Samen met enkele andere leerlingen van Maarten, had ze de voorverkoop georganiseerd van zijn eerste boek: ‘Zen notities onderweg’ – dat door Hanna geïllustreerd was. De tekeningen waar Klaaske uit mochten kiezen, waren de originelen van de illustraties uit het boek. Maar er hingen er nog meer, haar oog viel op de onderstaande – die sindsdien in haar werkkamer hangt:
Blauwe klokjes’, 1984. Penseeltekening op rijstpapier, 62x48cm
Als een moeder die bezorgd is of haar kinderen wel een plekje in de wereld zullen vinden – zo voelde Hanna aan als je een werk van haar cadeau kreeg. Maar je wist: wat ze voor je meebrengt, daar heeft ze haar ziel in gelegd…
Een paar dagen later kwam ze bij ons langs op de boot, met een map met tekeningen uit diezelfde periode. Met een wissellijst, ‘zodat we ze om beurten konden ophangen’. We kozen er één uit, die aan het voeteneinde van ons bed kwam te hangen – op mij bleek hij een weldadige uitwerking te hebben, als een mantra…
Boom, 1983. Penseeltekening op rijstpapier, 62x48cm
Dat was in 1984. In het jaar daarop richtte Maarten de stichting ‘Zen als leefwijze’ op, om zijn Tao-zen meditatie ‘voor een ieder toegankelijk te maken’. Klaaske en ik kwamen in het bestuur, onze woonboot ‘Hobbitstee’ werd het adres van het secretariaat – zie onder:
Het briefhoofd is van Maarten, de penseeltekening van Hanna.
Hanna was heel erg blij met de steun die Maarten ondervond – eenmaal gepensioneerd, was hij soms wel veertig weekenden per jaar op stap voor zijn Zen-werk… En dat deed hij allemaal vanuit eigen inspiratie, er was geen organisatie, geen beweging of ‘school’, die daarachter stond. Maar nu dus onze stichting…
Toen we in 1996 op de Elpermeer gingen wonen, kregen we ‘Bootjes’ cadeau, als welkomstgeschenk aan vaste wal. En ja, het zijn er twee, en beide hangen nu hoog en droog boven de bank. Maarten en Hanna hadden hun best gedaan ons ervan te overtuigen, om dat bestaan als ‘bootjesmens’ achter ons te laten. En gewoon in Amsterdam-Noord in een flat te gaan wonen, net als zij.
Aan land op de Elpermeer
Op de tafel een ‘Mobach’ bonbonnière, ook de vaas is van mijn ouders. De zware eikenhouten tafel kreeg ik cadeau van een collega uit Hoorn, die voor een glazen designtafel koos. Hanna bood aan hem in haar Kangoo naar Amsterdam te transporteren – het lukte, vraag me niet hoe…
Later, niet ver van de plek waar de twee bootjes hangen, kwamen daar nog drie bomen bij. ‘Bomen’ staat nu fier op de kast ‘kast van tante Fien’ (een familie-erfstuk waar we zeer aan gehecht zijn), door Hanna zorgvuldig vastgeplakt op het bovenblad. Ze zei dat ze ze eigenlijk afgekeurd had, maar het zonde vond om ze weg te gooien… En zie hoe fier ze daar staan, ze hebben menig huislijke storm doorstaan!
Bomen, 1998 Ongeglazuurde witbakkende klei, h49cm
Hoogtepunt van de collectie is onderstaande tegel-op-staalplaat met vogel in boom. De combinatie tegel-metaal is er één die je in Hanna’s werk regelmatig tegenkomt. De kwetsbaarheid, het fijnzinnige, van de penseeltekening op het porselein, geeft een prachtig contrast met het koele metaal – dat uit een andere wereld lijkt te komen.
Vogel, 1982 Porcelein, pigmenten en veldspaatglazuur; roestvrijstalen plaat; 27,5x22cm
Bij haar vertrek naar Tiel, gaf Hanna ons nog onderstaande magische tegel-op-koperplaat, met de nadrukkelijke mededeling ‘dat hij bij de stichting Zen als leefwijze thuishoorde en daar moest komen te hangen.’
Hanna Mobach, Z.t., 1982. Pigmenten en veldspaat glazuur, messing plaat, 24x34cm.
Hij hangt nu in de centrale hal van ons secretariaat, naast de de opbergkast met artikelen voor verzending. Maarten Houtman heeft altijd gezegd, dat hij rond zijn persoon geen organisatie wilde – dáár waar het, bij alle mensen met een bijzondere inspiratie, altijd is misgegaan. Maar voor alledaagse dingen is er altijd een plaats en een tijd. Zo ook hier.
Studio ‘Pied à terre’
HANNA MOBACH, Z.t., 1996. Zwarte inkt op rijstpapier, 90 x 61 cm Mijn cadeau na het voltooien van www.maartenhoutman.nl.
Toch was onze studio aan de Jisperveldstraat de eerste voet aan wal – de troef die Hanna ons in handen gaf voor een leven in Noord: “Ik heb hem in de krant zien staan, is het geen geschikte ruimte voor Klaaske’s massagepraktijk, in plaats van dat hokje bij jullie op de boot?” Maar uiteindelijk ging ík erop in – al gauw reed ik elke avond na mijn werk op en neer naar de studio in Noord, mijn pied à terre…
Panorama van studio ‘Pied à terre’, 11 maart 2018.
Daar heb ik ook samen met Hanna haar website gemaakt, in volle concentratie – waarbij ze nu en dan zei: “Jij moet iets met je handen gaan doen!” Dan was ik perplex… Maar ze was in haar ambacht ook niet anders gewend – en zie wat er uit die handen kwam…
Hanna had dat wel meer, dat ze het liefste wilde ingrijpen in je leven – héél ingrijpend soms – ze wilde je graag op het rechte spoor helpen… Zoals die keer dat ze ons te eten uitnodigde, omdat ze ons maar verstokte vegetariërs vond die op één been liepen, en ons wel eens iets anders wilde voorzetten… Het werd ‘draadjesvlees’, en we hebben ervan genóten – Klaaske al helemaal, die toch altijd een crypto-vleeseter was gebleven.
Hanna Mobach, Lente, 1982. Waterverf op rijstpapier, 32,5x27cm. Mijn favoriete werk van Hanna, waaraan het kleurenpalet van www.maartenhoutman.nl is ontleend.
Toch gaf Hanna me tal van waardevolle adviezen, waarvan die studio er één was. Net als Maarten trouwens, hij was het die me gesuggereerd had om een computer te kopen: ‘want Krishnamurti heeft gezegd dat de computer de wereld zal veranderen’ – en ik had nog overwogen het als timmerman te proberen… Want één ding was zeker: nooit in m’n leven meer psycholoog, daar had ik nu m’n tanden wel op stukgebeten – m’n handen waren nog heel… Hoe dan ook, die website is er gekomen: www.hannamobach.nl – net zoals er een www.maartenhoutman.nl is gekomen.
Hanna Mobach, Elzenkatjes, 1982. Porselein, pigmenten en veldspaat glazuur; roestvrijstalen. plaat; 40x42cm. Cadeau na het voltooien van www.hannamobach.nl.
Op bezoek in Tiel
Toen ik nog niet zolang geleden een afbeelding van bovenstaande tegel aan Hanna liet zien, zei ze: “Oh, die is dus bij jou…” Waarmee ze te kennen gaf dat ze in haar hoofd wel degelijk een lijstje bijhield, van waar en bij wie diverse van haar kunstwerken terecht gekomen waren…
Bij Hanna op bezoek in Walstede in Tiel op 11 april 2019. Ze heeft mijn das om, het was nog een beetje koud (foto Ingrid Bakker).
Op 25 mei 2023 togen Klaaske en ik met een taxi naar Tiel, met een ‘liber amicorum’ onder de arm – waar we twee weken met veel liefde met de online foto-app Albelli aan gewerkt hadden. Het beslissende moment om het cadeau naar haar toe te brengen, bleven we nog even voor ons uitschuiven vanwege de afstand tot Tiel – tot we resoluut in een taxi stapten. We kwamen ruim op tijd bij ‘De Herbergier’ aan. Het staat op een eerbiedwaardige locatie, tegenover de historische `Ambtmanstuin – waar we nog even konden verpozen na de rit.
Hanna bleek oud en broos – ze was inmiddels negenentachtig – maar nog wel aanspreekbaar. Op haar kamer werd een lunch geserveerd . We kregen het ook over meditatie – waar Maarten soms van zei ‘dat zij er met haar kunst óók mee bezig was.’ Het Liber Amicorum, ‘Hommage aan Hanna’ geheten, lag nu geopend op tafel. “Verveelt het jullie nooit om er dagelijks naar te kijken”, vroeg Hanna. We konden haar gerust stellen, we genieten er elke dag van.
Een vergeten stukje Bussum
Toen mijn vader in 1977 overleed, moest mijn moeder noodgedwongen hun geliefde huis op de Mookerheide achter zich laten – dat veel te afgelegen was, zeker als je geen auto reed – en vertrok naar Bussum. Daar voelde ze zich veiliger, in de buurt van haar kinderen in Amsterdam. Na een ambitieus avontuur met de verbouwing van haar nieuwe huis daar, belandde ze uiteindelijk in ‘De Gooise Warande’, een verzorgingshuis aan de Mezenlaan, waar ze een goed verzorgde oude dag had – waarbij de bezoekjes van haar familie de rode draad waren in haar vrij geïsoleerde bestaan. Ze overleefde mijn vader zestien jaar… Toen ze in 1993 overleed, kreeg ze een grafmonument dat ontworpen en uitgevoerd werd door Hanna:
Hanna bij het zojuist voltooide graf van mijn moeder. Algemene begraafplaats Bussum, september 1993
De stele is speciaal voor het graf gemaakt, de zerk is een van de zes beelden uit de serie ‘Verdwenen water’: “Kleur en glazuur kunnen eenzelfde vorm een heel andere betekenis geven: ingetogen fluweelzwart of een stralend blauw. Het blauwe beeld werd op een graf geplaatst en weerspiegelt daar de hemel, ook als de lucht grijs is.” Hanna Mobach, Lijf als landschap (2)
Epiloog
Bij het afscheid van Hanna op 7 maart j.l. in Beesd, kreeg ik van Gerrit Mobach Hanna’s ‘Minnaars in hun koperen paleis’ (1995) ten geschenke, ik was er blij verrast mee.
Afbeelding geheel boven: HANNA MOBACH, Ontwerp voor ‘Jacob’s droom’ (Maarten als Jacob), 1979. Reliëf in de kerkzaal van verpleeghuis ‘De Wijngaard’ in Bosch en Duin, 2x3m. Het vertelt het verhaal van Jacob’s droom, waarbij engelen opstijgen en neerdalen langs een ladder die tot de hemel reikt. Grote vleugels verbeelden dit.
Op de middag van 17 januari 2012 klimt Hanna in haar atelier op een trapje, om ‘Bootjes’ van bovenaf te fotograferen. Daarna volgen tekeningen van haarzelf, vader en broer. Uiteindelijk zal ze zo 562 opnamen maken…
Ze heeft vooraf lange stroken aluminiumfolie op de Stelcon-platen gelegd, zodat Bootjes in lange flotieljes beneden aan haar voorbijvaren, als het ware in de schittering van het water:
Klik op de afbeeldingen om ze te vergroten
Vlootschouw van’ Bootjes’ op de vloer van het atelier, met rechtsachter ‘Zwarte prinses’..
Het verhaal van ‘Bootjes’, installatie gemaakt voor hospice ‘Veerhuis’ in Amsterdam Door Hanna Mobach
‘Bootjes’ in Hospice Veerhuis in Amsterdam, waar ze een plek kregen in een vitrine.
Mijn man, Maarten Houtman, verbleef in de herfst van 2010 twee maanden lang in hospice ‘Veerhuis’ in Amsterdam, waar hij gastvrij opgenomen werd. Ook voor mij was het een bijzondere periode, omdat hij nog wel in de buurt was, maar vele handen het werk verrichtten waar ik al die tijd vrijwel in m’n eentje voorstond. Als dank voor de zorg en warmte waarmee de vrijwilligers de bewoners van dit huis begeleiden naar de andere oever, besloot ik voor elk van hen een bootje te maken, totaal vijftig in getal.
Ik begon met het bootje dat ik het beste kende, ik had het getekend in 1984 voor de omslag van Maartens eerste boek over meditatie, ‘Zen; notities onderweg’. Het bestaat uitsluitend uit bijeengebonden bamboe stammen met een lage boeg, een rustende visser en een mand voor de vis. Het zou in klei erg breekbaar zijn.
Daarna maakte ik een aantal zeilbootjes, met de visser rustend op de voorplecht, als een kleine boeddha. Kajaks, roeibootjes, een paar veerponten, een slank vaartuigje met twee vrienden volgden.
Ik werkte met wit- en roodbakkende klei, penseelde een beetje kobalt, ijzeroxide en mangaan op de witte klei. Zo gingen ze de oven in. Daarna werden de witbakkenden in een romig wit glazuur gedoopt en gestookt; een aantal roodbakkenden gingen mee en werden prachtig paars.
Al werkend werd duidelijk dat deze bootjes erg ongelijksoortige - om niet te zeggen: oneerlijke - cadeautjes zouden worden, en dat zij als groep veel sterker waren en ook als zodanig gepresenteerd en geplaatst moesten worden.Dat heeft mij veel kopzorgen gekost en het duurde lang voor ik tevreden was met de plaatsing zoals die tenslotte geworden is: een lange smalle drager van geëtst spiegelglas waarop de bootjes voortvaren in een wisseling van maat en ritme, hoog en laag, wit en rood, met de zware accenten van paars en bruin in contrast met de luchtigheid van het romig wit. En dat alles op het zachtgroene ‘water’.
Wat was de inspiratie - behalve bewondering en dankbaarheid voor de mensen die in het ‘Veerhuis’ werken, om er het laatste huiselijke huis van te maken voor de grote overtocht? Dat was het motto in Maartens boek ‘Zen; notities onderweg’:
Laat je maar gaan, de stroom trekt, vergeet de zwaarte, vergeet het bekende, en dans weg in de stroom, water in water.
Amsterdam, december 2012, Hanna Mobach
GALERIJ– klik op de afbeeldingen om ze te vergroten.
Galerij met de foto’s van ‘Bootjes’ die Hanna, gezeten op een krukje, op 17 januari 2012 in haar atelier nam.
“Ik begon met het bootje dat ik het beste kende, ik had het getekend in 1984 voor de omslag van Maartens eerste boek over meditatie, ‘Zen; notities onderweg’. Het bestaat uitsluitend uit bijeengebonden bamboe stammen met een lage boeg, een rustende visser en een mand voor de vis. Het zou in klei erg breekbaar zijn.” Hanna Mobach, december 2012.
Klik op de afbeeldingen om ze te vergroten
Hanna laat Herma ‘Bootjes’ zien, installatie gemaakt voor hospice ‘Veerhuis’ in Amsterdam, waar Maarten, haar man, herfst 2010 twee maanden verbleef[1] “Als dank voor de zorg en warmte waarmee de vrijwilligers de bewoners van dit huis begeleiden naar de andere oever, besloot ik voor elk van hen een bootje te maken, totaal vijftig in getal.” “Ik werkte met wit- en roodbakkende klei, penseelde een beetje kobalt, ijzeroxide en mangaan op de witte klei. Zo gingen ze de oven in. Al werkend werd duidelijk dat deze bootjes als groep veel sterker waren en ook als zodanig gepresenteerd en geplaatst moesten worden. Wat was de inspiratie – behalve bewondering en dankbaarheid voor de mensen die in het ‘Veerhuis’ werken, om er het laatste huiselijke huis van te maken voor de grote overtocht? Dat was het motto in Maartens boek ‘Zen; notities onderweg’:” Laat je maar gaan, de stroom trekt, vergeet de zwaarte, vergeet het bekende, en dans weg in de stroom, water in waterAmsterdam, december 2012, Hanna Mobach. De foto’s zijn van Jan Vonk.